C1 · Verbs
Declaring and announcing
aankondigen, verklaren, uitspreken, mededelen, kondigen aan.
- Het college ___ aan dat de vergadering van de gemeenteraad is uitgesteld. (aankondigen)
- De minister ___ in een persconferentie dat er een onafhankelijk onderzoek komt. (aankondigen)
- De raad heeft de komst van de gedeputeerde te laat ___. (melden)
- De ombudsman heeft in het jaarverslag ___ dat de klachten sneller worden behandeld. (verklaren)
- De voorzitter heeft de uitslag van de verkiezingen in de zaal ___. (bekendmaken)
- Het college deelt mee dat de tarieven per 1 januari worden ___. (verhoogd)
- De burgemeester heeft de stand van zaken aan de bewoners ___. (meedelen)
- De raad heeft de nieuwe naam van het zwembad in de krant laten ___. (aankondigen)
- De stichting heeft het einde van de collectieve actie ___. (aankondigen)
- De voorzitter heeft de ontvangst van de gasten met een toespraak ___. (openen)
- De rekenkamer heeft in het rapport de onduidelijke regelgeving scherp ___. (bekritiseren)
- De regering heeft een nieuw onderzoek naar de uitvoering van de regeling ___. (aankondigen)