Learn Dutch
C1 · Verbs

Summarising and concluding

samenvatten, concluderen, tot slot concluderen, in een oogopslag.

  1. De rapporteur ___ in zijn samenvatting de belangrijkste punten van het onderzoek. (samenvatten)
  2. De rekenkamer ___ dat de nieuwe maatregelen onvoldoende effect sorteren. (concluderen)
  3. De voorzitter ___ de discussie met een samenvatting van de standpunten. (afsluiten)
  4. Het college heeft de resultaten van de enquête in een notitie ___ . (samenvatten)
  5. De commissie is van mening dat de gegevens onvolledig zijn en vraagt om een herhaling van de ___. (meting)
  6. De rekenkamer heeft de bevindingen van de audits ___ samengevat. (kort)
  7. De onderzoekers ___ dat de oorzaken complexer zijn dan aanvankelijk werd vermoed. (concluderen)
  8. De raad heeft de bewoners bedankt en de vergadering ___. (afsluiten)
  9. In één alinea ___ de rapporteur de belangrijkste aanbevelingen van de rekenkamer. (samenvatten)
  10. Het college moet de bezuiniging in het rapport inzichtelijk ___. (maken)
  11. De rekenkamer concludeert dat de uitvoering niet aan de wettelijke eisen voldoet en vraagt om een ___. (herziening)
  12. De voorzitter heeft de punten op de agenda in twee minuten ___ . (samenvatten)