Learn Dutch
C1 · Verbs

Criticising and fault-finding

kritiek uiten, afkeuren, afwijzen and other verbs of criticism.

  1. De rekenkamer ___ de onduidelijke verantwoording van de subsidie. (kritiek uiten op)
  2. De raad heeft het voorstel van de wethouder unaniem ___. (afwijzen)
  3. De ombudsman ___ de klacht omdat de procedure correct was gevolgd. (afwijzen)
  4. De bewoners hebben het college gevraagd de gebrekkige communicatie scherp te ___. (bekritiseren)
  5. De inspectie heeft de instelling op de onzorgvuldige dossiervorming ___. (terechtwijzen op)
  6. De regering heeft de aanbeveling van de rekenkamer van tafel ___. (van tafel vegen)
  7. De raad heeft de wethouder gevraagd de onjuiste cijfers te ___. (corrigeren)
  8. In het rapport ___ de rekenkamer dat de toezichtinstantie haar taken verwaarloosde. (constateren dat)
  9. De bewoners willen dat de klacht niet in de dooppot wordt ___. (dempen)
  10. Het college heeft de bezwaren van de bewoners serieus ___. (nemen)
  11. De directeur wilde de kritiek van de rekenkamer niet ___. (bagatelliseren)
  12. De bewoners hebben het college gevraagd de tekortkomingen in de communicatie in het rapport te ___. (vermelden)