C1 · Verbs
Considering and weighing up
overwegen, afwegen en betrekken bij een afweging.
- De raad heeft het voorstel uitgebreid ___. (overwegen)
- Het college ___ of de maatregel het probleem oplost. (afwegen of)
- De bewoners willen dat hun zorgen bij de beslissing worden ___. (betrokken)
- De rekenkamer heeft de kosten van de maatregel in haar afweging ___. (meenemen)
- De wethouder zal de gevolgen voor de bewoners zorgvuldig ___. (afwegen)
- De raad heeft de aanvraag in overweging willen ___. (nemen)
- De commissie moet de haalbaarheid van het ontwerp bij het beleid ___. (betrekken)
- De bewonersorganisatie heeft de veranderingen in het ontwerp grondig ___. (beoordelen)
- Voor de definitieve keuze moet de raad de opties nog eens ___. (afwegen)
- De minister heeft de gevolgen van het besluit voor de regio niet ___. (inschatten)
- De raad moet bij de afweging ook de belangen van de bewoners ___. (meewegen)
- De bewoners vinden dat hun mening door de raad is ___. (meenemen)