Learn Dutch
C1 · Verbs

Preferring and choosing

de voorkeur geven, verkiezen, kiezen voor in een formele context.

  1. De raad ___ de voorkeur aan het plan van de wethouder. (de voorkeur geven aan)
  2. De bewoners ___ de rustige variant boven de drukke. (verkiezen)
  3. De raad moet tussen de twee varianten ___. (kiezen)
  4. Het college heeft de uitvoering aan de aannemer met de laagste inschrijving ___. (gunnen)
  5. De bewoners geven de voorkeur aan een oplossing die alle partijen ___. (satisfyeren)
  6. De commissie ___ er de voorkeur aan de maatregel in de pilots te handhaven. (geven)
  7. De raad heeft in de stemming voor het voorstel van de wethouder ___. (kiezen)
  8. De minister verklaarde de subsidies voor de gemeentelijke taken ___ . (schrappen)
  9. De bewonersorganisatie wil de belastingbaten aan de wijk zelf zien ___. (besteden aan)
  10. De raad heeft de verhoging van de tarieven ___. (goedkeuren)
  11. De bewoners willen dat de gemeente de hulp aan de buurt niet aan de grondige controles ___ . (prioriteit geven aan)
  12. De commissie wil het ontwerp in overleg met de bewoners ___ . (uitwerken)