C1 · Verbs
Double infinitives
Perfect tenses with modals, laten, blijven, zien, horen…
- Ik heb de minister helaas niet ___ spreken. (kunnen)
- Je had echt niet ___ te komen. (hoeven)
- Wij hebben het rapport door een externe partij ___ controleren. (laten)
- Hij had dat in het openbaar nooit ___ zeggen. (mogen)
- Ik heb haar vaak ___ zingen, maar nooit zo mooi als gisteren. (horen)
- Na de lezing zijn we nog urenlang ___ praten. (blijven)
- Ben je de nieuwe tentoonstelling al ___ bekijken? (gaan)
- Ik had het je eerder ___ vertellen. (moeten)
- Ik heb de hele avond op je ___ wachten. (zitten)
- Het bestuur had het voorstel graag ___ steunen. (willen)
- Zonder die subsidie had het museum zijn deuren moeten ___. (sluiten)
- De directeur heeft de fout nog ___ te verdoezelen. (proberen)