Learn Dutch
C1 · Verbs

Fixed verb forms in formal Dutch

Official verb phrases: nemen, brengen, afzien van, op touw zetten.

  1. De beoordelingscommissie heeft de cijfers van het onderzoek grondig onder ogen ___. (nemen)
  2. De nieuwe cijfers hebben de eerdere conclusie in twijfel ___. (brengen)
  3. De raad is vorige week op het besluit van de directeur ___. (terugkomen)
  4. De directeur ___ van een second opinion. (afzien)
  5. Tijdens de discussie heeft de voorzitter zich zorgvuldig ___. (inhouden)
  6. De staatssecretaris heeft het programma vorig jaar op ___ gezet. (touw zetten)
  7. De directie zal de aanbevelingen van de rekenkamer in ___ nemen. (in acht nemen)
  8. De raad van bestuur heeft de jaarrekening over 2025 al ___. (goedkeuren)
  9. De raad heeft het voorstel van de commissie zonder meer ___. (aannemen)
  10. Het bestuur gaat het conflict liever uit de ___. (gaan)
  11. De dienst ___ zich van een extern bureau voor de inspectie. (bedienen)
  12. De commissie ___ voor het onderzoek een jaar uit te stellen. (voorstellen)