Learn Dutch
C1 · Verbs

Verb clusters with three verbs

Finite verb, modal, infinitive and participle in one cluster.

  1. De voorzitter heeft de drie amendementen in één oogopslag ___. (verwerpen)
  2. De raad van bestuur heeft het budget voor 2027 al ___. (vaststellen)
  3. De Commissie heeft de lidstaten opgedragen om de maatregelen binnen twee jaar te ___. (implementeren)
  4. Zij heeft erop aangedrongen dat de commissie de conclusie zou ___. (herzien)
  5. De klant bleef de facturen maandelijks ___. (betalen)
  6. De jurist had het contract al ___ voordat de directeur het ondertekende. (ondertekenen)
  7. Wij hebben de opdracht gekregen om de managers te ___. (opleiden)
  8. De rechtbank heeft de verdachte niet schuldig ___. (bevinden)
  9. De regering heeft de ministers aangewezen om de bezuiniging voor 2026 verder ___. (uitwerken)
  10. De raad zal de agenda van de vergadering in juni ___. (publiceren)
  11. De commissie heeft besloten om de vergadering een week te ___. (uitstellen)
  12. Toen de secretaris de agenda had ___, werd de vergadering geopend. (opstellen)