Learn Dutch
C1 · Verbs

Formal & fixed forms

Subjunctive relics, gelieve, dienen te and other formal forms.

  1. ___ de koning! (leven)
  2. Als het niet anders kan, dan ___ het zo. (zijn)
  3. Men ___ 200 gram bloem en twee eieren. (nemen)
  4. ___ hij rusten in vrede. (mogen)
  5. Het formulier ___ uiterlijk 1 maart te worden ingeleverd. (dienen)
  6. ___ de bijgevoegde stukken vóór de vergadering te lezen. (gelieven)
  7. ___ het niet dat de begroting krap is, dan zouden we meer investeren. (zijn)
  8. God ___ dank! (zijn)
  9. Er ___ verzocht niet te roken. (worden)
  10. Hij is, ___ het met tegenzin, akkoord gegaan. (zijn)
  11. ___ u verhinderd zijn, dan verzoeken wij u dit tijdig te melden. (mogen)
  12. Bij dezen ___ ik u van harte uit voor de opening. (uitnodigen)