Learn Dutch
C1 · Verbs

laten, zien & horen + infinitive

Causative laten and verbs of perception with a bare infinitive.

  1. De gemeente heeft het oude stadhuis volledig ___ renoveren. (laten)
  2. Ik heb hem nog nooit zo ___ lachen. (zien)
  3. We hebben de buren de hele nacht ___ schreeuwen. (horen)
  4. Ze heeft de grond onder haar voeten ___ trillen. (voelen)
  5. Gisteren vertelde ze dat ze haar paspoort de week ervoor ___ laten verlengen. (hebben)
  6. ___ u het ons tijdig weten als u verhinderd bent? (laten)
  7. Ik heb me door die verkoper laten ___. (overhalen)
  8. Binnen een uur zagen beleggers de koers ___. (halveren)
  9. Het is onverstandig je door de waan van de dag te laten ___. (leiden)
  10. De voorzitter heeft de vergadering ruim een uur ___ uitlopen. (laten)
  11. Eerlijk gezegd had ik dit al lang ___ aankomen. (zien)
  12. Hij ontkent dat hij de minister dat ooit heeft horen ___. (zeggen)