Learn Dutch
C1 · Verbs

Formal verbs in official Dutch

geschieden, behoeven, plegen, achten, strekken and other formal verbs.

  1. Betaling ___ binnen dertig dagen na factuurdatum. (geschieden)
  2. Dit punt ___ geen nadere toelichting. (behoeven)
  3. In zijn studententijd ___ hij elke ochtend een uur te wandelen. (plegen)
  4. Vorige week ___ de rechtbank bewezen dat de verdachte fraude had gepleegd. (achten)
  5. De vergunning is u per 1 mei ___. (verlenen)
  6. Op verzoek worden de gegevens kosteloos ___. (verstrekken)
  7. De zitting werd om tien uur ___. (schorsen)
  8. Het ___ mij tot genoegen u te mogen verwelkomen. (strekken)
  9. Jarenlang ___ hij zich aan zijn verplichtingen. (onttrekken)
  10. Het ___ aanbeveling de gebruiksaanwijzing vooraf te lezen. (verdienen)
  11. De kandidaat heeft zich aan een uitgebreide screening moeten ___. (onderwerpen)
  12. Het ___ hem nog aan de nodige ervaring, maar hij leert snel. (ontbreken)