C2 · Adjectives & articles
Archaic and literary adjective forms
Old-fashioned and official adjective forms, and participles as adjectives.
- Mevrouw de minister sprak de ___ leden van de commissie toe. (geacht)
- De ___ heer Van den Berg werd door de voorzitter begroet. (weledel)
- De brief was ondertekend door het ___ College van Beraad. (hooggeëerd)
- Het museum beschikt over een ___ collectie Nederlands zilver. (ongebruikelijk)
- In de kast lag nog een ___ wapen van de oude familie. (verborgen)
- Het schilderij, ___ in 1901 op een zolder gevonden werd, is nu het pronken van het museum. (verborgen)
- De heer was ___ van de beschuldiging en kon onmiddellijk gaan. (vrij)
- Het dorp bleef ___ en leeg achter na de overstroming. (onbewoond)
- In de oude letterkunde is ___ taalgebruik gebruikelijk dat vandaag misstaat. (oud)
- Het boek heeft een ___ einde: een nooit verzonden brief aan zijn dochter. (onafgemaakt)
- De brief is in ___ toestand aangetroffen. (onbeschadigd)
- Zij hield zich ___ van de oude taal van haar grootmoeder. (ver)