C2 · Adjectives & articles
Fixed forms with een oud
De- and het-words after een oud in old-fashioned expressions.
- Op de zolder stond een ___ schilderij uit de zeventiende eeuw. (oud)
- Mijn overgrootvader was een ___ man, die nooit iets deed zonder eerst te beraadslagen. (oud)
- In de kast lag nog een ___ mantel van haar overgrootmoeder. (oud)
- Het huis was al ___, maar het dak was nog in orde. (oud)
- De veiling van het ___ goed bracht nauwelijks een paar honderd euro op. (oud)
- Zij herkende haar grootmoeder meteen: dezelfde ogen, hetzelfde ___ voorhoofd. (oud)
- Bij de ingang van het dorp stond een ___ steen met een jaartal erop. (oud)
- Het museum verwierp het ___ goud, omdat de herkomst onbekend was. (oud)
- Mijn baas was een ___ baas, streng maar rechtvaardig. (oud)
- Ze serveerde een dikke snede ___ brood met zout en kaas. (oud)
- Zij is een ___ vrouw, al doet haar haar anders vermoeden. (oud)
- Een ___ mens kan nog leren, zeggen de artsen in de advertentie. (oud)