Learn Dutch
C2 · Adjectives & articles

Comparison in a literary register

Similes, degree adverbs and comparisons in bookish Dutch.

  1. De vergadering verliep ___ als een echte begrafenis. (stil)
  2. Hij was ___ als de hel op de laatste dag. (boos)
  3. Hij stond daar ___ als een leeuw in het harnas. (moedig)
  4. De kinderen waren ___ als mieren op de vloer. (druk)
  5. De appel was ___ als een krab, rijp en sappig. (rood)
  6. De senaat was ___ als een graf, want niemand durfde te spreken. (stil)
  7. Hoe verder zij reisde, ___ onverstaanbaarder werd de taal. (onverstaanbaar)
  8. Op zijn ___ was hij al tachtig, toen hij eindelijk in een huwelijk durfde te treden. (oud)
  9. Er is ___ te vinden dan een rustig plekje midden in de stad. (mooi)
  10. Geen van de twee is ___ voor de functie dan de ander, zei de jurist. (geschikt)
  11. Hij was ___ goed als de beste van de klas. (goed)
  12. Zij had ___ talent voor zaken als haar vader, maar niet de lust. (veel)