C2 · Adjectives & articles
De or het in literary and legal language
Gender of literary and legal words, and the endings that follow from it.
- ___ toneelstuk speelt vanavond in de kleine zaal.
- ___ gedicht uit 1953 werd gisteren in de krant besproken.
- ___ roman over de oorlog won alle prijzen.
- In het testament van 1912 staat dat ___ huis naar de gemeente gaat.
- De akte van 1912 is in het ___ register teruggevonden.
- Zij legde een eed af en werd door de rechtbank bevestigd als ___ getuige.
- De rechter noemde het ___ vonnis hard: twintig jaar cel zonder voorwaarden.
- Dit is geen zuiver literair werk: het bevat een sterk ___ element.
- De schrijver gold als vertegenwoordiger van de ___ generatie.
- Ondanks de ___ reacties van het publiek won de film de prijs.
- Zij voerde het ___ libretto van een opera die niemand kende uit.
- De rechtbank eiste dat hij de ___ eed aflegde.