Learn Dutch
C2 · Adjectives & articles

De or het in literary and legal language

Gender of literary and legal words, and the endings that follow from it.

  1. ___ toneelstuk speelt vanavond in de kleine zaal.
  2. ___ gedicht uit 1953 werd gisteren in de krant besproken.
  3. ___ roman over de oorlog won alle prijzen.
  4. In het testament van 1912 staat dat ___ huis naar de gemeente gaat.
  5. De akte van 1912 is in het ___ register teruggevonden.
  6. Zij legde een eed af en werd door de rechtbank bevestigd als ___ getuige.
  7. De rechter noemde het ___ vonnis hard: twintig jaar cel zonder voorwaarden.
  8. Dit is geen zuiver literair werk: het bevat een sterk ___ element.
  9. De schrijver gold als vertegenwoordiger van de ___ generatie.
  10. Ondanks de ___ reacties van het publiek won de film de prijs.
  11. Zij voerde het ___ libretto van een opera die niemand kende uit.
  12. De rechtbank eiste dat hij de ___ eed aflegde.