Learn Dutch
C2 · Adjectives & articles

Archaic & fixed forms

Old case endings in fixed phrases, material adjectives and uninflected forms.

  1. We komen hier te ___ tijd op terug. (gelegen)
  2. Ze komt van ___ huize: haar vader was hoogleraar. (goed)
  3. De moord werd in ___ bloede gepleegd. (koel)
  4. Supporters waren in ___ getale naar het stadion gekomen. (groot)
  5. De koper heeft te ___ trouw gehandeld. (goed)
  6. De schrijver was in ___ lijve aanwezig. (levend)
  7. Het ___ Ministerie heeft hoger beroep ingesteld. (openbaar)
  8. Door een ___ raam kwam koude lucht binnen. (open)
  9. De politie vond de ___ schilderijen terug in een schuur. (stelen)
  10. Ik vond vanochtend mijn eerste ___ haar. (grijs)
  11. Ze kreeg bij haar pensioen een ___ horloge. (goud)
  12. Op de dijk graasden twee ___ paarden. (Fries)