Learn Dutch
C2 · Adjectives & articles

Iets + -s & degrees

Partitive -s after iets/niets/veel/weinig, comparatives and superlatives in context.

  1. Er is niets ___ onder de zon. (nieuw)
  2. Hij zei toen iets ___ wat ik nooit ben vergeten. (merkwaardig)
  3. Het debat heeft weinig ___ opgeleverd. (zinnig)
  4. Ze had iets ___ over zich. (ongrijpbaar)
  5. Ik kan me iets ___ dan dit plan nauwelijks voorstellen. (absurd)
  6. Er valt deze week weinig ___ te melden. (opwindend)
  7. Een excuus is wel het ___ wat je kunt doen. (weinig)
  8. We zijn op zijn ___ om negen uur thuis. (vroeg)
  9. Aan het tafeltje bij het raam zat een ___ heer. (oud)
  10. Heb je het over iets ___ dan gisteren? (anders)
  11. Op het buffet stond allerlei ___. (lekker)
  12. Dit is verreweg het ___ schilderij uit de collectie. (prachtig)