Learn Dutch
C2 · Adjectives & articles

Articles: de or het changes the meaning

Nouns that are de-words in one meaning and het-words in another.

  1. Na de botsing klemde ___ portier aan de bestuurderskant.
  2. ___ portier van het hotel hield de deur voor ons open.
  3. Hij gaf haar ___ bos rozen die hij zelf had geplukt.
  4. We wandelden urenlang door ___ bos achter het huis.
  5. ___ pad naar de top was nog bedekt met sneeuw.
  6. ___ pad die we in de tuin vonden, was enorm.
  7. ___ stof op de kast was in maanden niet afgenomen.
  8. ___ stof van deze gordijnen is brandvertragend.
  9. ___ jacht van de miljardair lag in de haven van Monaco.
  10. ___ jacht op de ontsnapte gevangene duurde de hele nacht.
  11. ___ patroon van het behang doet me aan de jaren zeventig denken.
  12. ___ patroon van de printer is alweer leeg.