C2 · Adjectives & articles
Adjectives: tricky endings
Participles, material adjectives, indeclinable adjectives and spelling changes.
- De ___ afspraken worden niet nagekomen. (gemaakt)
- Een ___ kind krijgt altijd zijn zin. (verwend)
- De ___ brieven zijn nooit teruggevonden. (verdwenen)
- Ze droeg een ___ sjaal. (zijden)
- Het ___ deel van de bevolking is tegen. (overgroot)
- Ze had altijd een ___ antwoord klaar. (adrem)
- Er hing een ___ sfeer in de zaal. (gespannen)
- Hij kwam op het feest in een ___ broek. (oranje)
- We overnachtten in een ___ kasteel. (middeleeuws)
- De ___ uitslag wordt morgen bekendgemaakt. (definitief)
- Na de nederlaag trok hij een ___ gezicht. (beteuterd)
- Hij is van ___ afkomst. (adellijk)