Learn Dutch
C2 · Prepositions

Met ingang van

The official phrase for the date from which a rule applies.

  1. De gewijzigde tarieven treden ___ 1 juli in werking.
  2. De regeling voor de hypotheekrente komt ___ 2028 te vervallen.
  3. De oude bedrijfsregeling vervalt ___ 1 januari 2027.
  4. De bezwaartermijn van zes weken gaat ___ de publicatie van dit besluit in.
  5. De vergunning vervalt automatisch twee jaar ___ de datum van uitgifte.
  6. De nieuwe regels gelden ___ het komende studiejaar.
  7. De belastingtarieven worden toegepast ___ het belastingjaar 2027.
  8. De bepalingen over de leenplicht vervallen ___ het einde van de overgangsperiode.
  9. Het nieuwe lidmaatschapsrecht is ___ 1 juli ingevoerd.
  10. De jaarlijkse rapportageplicht geldt ___ het boekjaar 2026.
  11. De oude vergunningen blijven tot 2028 geldig; daarna vervalt het recht ___ ze te gebruiken.
  12. De toeslag wordt met ingang van het tweede kwartaal ___ de zorgkosten berekend.