Learn Dutch
C2 · Prepositions

Uitgaan van

The formal verb phrase for to assume, to proceed from.

  1. De berekening gaat uit ___ de bevolkingsgroei van de komende tien jaar.
  2. Het rapport gaat uit ___ een aantal niet-gecontroleerde aannames.
  3. Uitgaande ___ de huidige bezetting is een uitbreiding noodzakelijk.
  4. Het ontwerp is gebaseerd op een model dat uitgaat ___ een constante groei.
  5. De evaluatie gaat expliciet uit ___ de doelstellingen uit het beleidsplan.
  6. De reikwijdte van het onderzoek is niet uitgegaan ___ de resultaten van het eerdere onderzoek.
  7. Wij gaan uit ___ de veronderstelling dat de markt stabiel blijft.
  8. De wetgever is uitgegaan ___ een evenwicht tussen de belangen van werkgever en werknemer.
  9. De berekening gaat niet uit ___ de actuele marktprijzen maar van de contractprijzen.
  10. Een onafhankelijk onderzoek moet uitgaan ___ de klachten van de bewoners zelf.
  11. De minister ging bij zijn reactie uit ___ het advies van de onafhankelijke commissie.
  12. Het ontwerp is opgesteld uitgaande ___ de bevindingen van het voorlopige bodemonderzoek.