C2 · Prepositions
Jegens and ten opzichte van
The two formal ways of naming a party to a proceeding or a relation.
- De klacht is gericht ___ de handelende overheid.
- De uitspraak van het hof is ___ de rechterlijke macht bindend.
- De verklaring van de verdachte is niet in strijd met het befaalde ___ de getuige.
- De regering heeft een schriftelijk protest ___ de beschuldigingen ingelegd.
- Er zijn geen aanwijzingen ___ de vermissing van het vliegtuig.
- De eiser is in het proces ___ de gedaagde partij, die de vordering betwist.
- Het college moet een oordeel vormen ___ de bezwaren van de omwonenden.
- Er is een strafbeschuldiging ___ de verdachte van oplichting.
- Het beleid ten opzichte ___ de kleine bedrijven is ongewijzigd gebleven.
- De verwering van de aanklacht jegens ___ verdachte is in de memorie van verantwoording uiteengezet.
- De toezichthouder houdt toezicht ___ de naleving van de vergunningvoorwaarden.
- Het recht van verzet jegens ___ de beslissing staat open aan de belanghebbende.