Learn Dutch
C2 · Prepositions

In samenspraak met

The formal phrase for in consultation with, in talks with.

  1. De maatregelen zijn ___ samenspraak met de gemeenten vastgesteld.
  2. De minister overlegt ___ samenspraak met de vakbonden over de werktijden.
  3. Het ontwerp is ___ samenspraak met de bewoners tot stand gekomen.
  4. De tarieven worden ___ samenspraak met het bedrijfsleven vastgesteld.
  5. De regeling is ___ samenspraak met de toezichthouder tot stand gebracht.
  6. De evaluatie is ___ samenspraak met een onafhankelijke commissie verricht.
  7. De aanpassing van de dienstregeling gebeurt ___ samenspraak met de personeelsvertegenwoordiging.
  8. De gemeenteraad beslist ___ samenspraak met de omwonenden over de herinrichting.
  9. Het beleid is ___ samenspraak met de sectorpartijen tot stand gekomen.
  10. De privacyverklaring is ___ samenspraak met de privacyfunctionaris opgesteld.
  11. De uitvoeringsregels zijn ___ samenspraak met de rijksoverheid opgesteld.
  12. De oplossing is ___ samenspraak met beide partijen gevonden.