Learn Dutch
C2 · Prepositions

In afwezigheid van

The formal phrase for in the absence of, failing.

  1. In afwezigheid ___ de voorzitter is niet over de begroting gestemd.
  2. In afwezigheid ___ betalingsbewijs is de aanvraag niet ingediend.
  3. In afwezigheid ___ een Quorum kan geen besluit worden genomen.
  4. In afwezigheid ___ toestemming van de eigenaar is de ingreep onrechtmatig.
  5. In afwezigheid ___ een klacht is de procedure niet gestart.
  6. In afwezigheid ___ overeenstemming is de zaak aan de rechter voorgelegd.
  7. In afwezigheid ___ een volledig dossier is de aanvraag in behandeling gebleven.
  8. In afwezigheid ___ een definitieve uitspraak blijft de rechtsgang open.
  9. In afwezigheid ___ betaling van de bijdrage vervalt het recht op de dienst.
  10. In afwezigheid ___ een klimaatplan kan de toezichthouder geen handhaving opleggen.
  11. In afwezigheid ___ de directeur is de plaatsvervangend manager bevoegd.
  12. In afwezigheid ___ bewijs is de verklaring niet als vastgesteld te beschouwen.