C2 · Prepositions
Adjectives with prepositions
Literary and formal adjective + preposition combinations.
- Na de nederlaag is de ploeg gebrand ___ revanche.
- Het rapport is volledig gespeend ___ zelfkritiek.
- Deze stad is rijk ___ monumenten.
- De schrijver is afkerig ___ elke vorm van publiciteit.
- De regering is beducht ___ onrust op straat.
- Sinds die vergadering is ze gebeten ___ haar collega.
- De nieuwe directeur bleek niet ___ zijn taak berekend.
- Prijzen en voorwaarden zijn ___ wijziging onderhevig.
- Ze is erg verknocht ___ haar geboortedorp.
- Het land is al jaren verwikkeld ___ een burgeroorlog.
- Geen enkele bewindspersoon blijft gevrijwaard ___ kritiek.
- Hij is altijd zeer bedacht ___ zijn eigen voordeel.