C2 · Prepositions
Prepositions of degree and approximation
Prepositions that mark an amount, a limit, a rate or a margin.
- De vergadering begint ___ half tien.
- De koers van de euro bedraagt momenteel ___ 1,08 dollar.
- De wisselkoers werd vastgesteld ___ 1,45 euro per dollar.
- De stad telt ___ 90.000 inwoners.
- De temperatuur lag die nacht ___ het vriespunt.
- De omzet steeg vorig jaar met ___ 12 procent.
- De aanvraag werd ingediend ___ de wettelijke termijn van zes weken.
- De winst daalde ___ 8 procent.
- De bezetting van de school ligt ___ het landelijk gemiddelde.
- Te ___ van de nacht hoorde hij de klokken van de toren.
- De koers bleef ___ de grens van de toegestane afwijking.
- Zij legde het aanbod ___ de marktprijs van concurrenten.