C2 · Prepositions
Prepositions in idiomatic set phrases
Frozen expressions where only one preposition fits.
- De constructiefouten vielen meteen ___ de gaten.
- De directeur hangt al een uur ___ de lijn met de advocaat.
- De huurprijzen zijn ___ de wolken geschoten.
- Je hebt het ___ te pakken: de directeur is ontslagen.
- De fotograaf gaf een antwoord dat ___ de smaak van het publiek viel.
- Hij liet de rest van het team ___ de kou.
- Dat hoorde ik ___ de eerste hand van de directeur zelf.
- In dat huis wordt het spel ___ de kaak gespeeld.
- In 1953 zijn duizenden huizen ___ water gelopen.
- Al zijn pogingen om een vergunning te krijgen gingen ___ de zeef.
- Na het faillissement zat het gezin ___ de pot.
- Hij liep de hele dag met zijn hoofd ___ de wolken.