Learn Dutch
C2 · Prepositions

Formal & legal phrases

Fixed prepositional phrases with ten, ter, op and others.

  1. De inbreker werd ___ heterdaad betrapt.
  2. Er is ___ opzichte van vorig jaar weinig veranderd.
  3. Deze regeling wordt getroffen ___ uitvoering van artikel 3.
  4. De opbrengst van de veiling komt ___ behoeve van het hospice.
  5. De weg is ___ gevolge van de storm afgesloten.
  6. De gemeenteraad stemde ___ voorbehoud in met de begroting.
  7. Na zijn overlijden is het vermogen ___ zijn erfgenamen overgegaan.
  8. Hij zette, ___ weerwil van alle waarschuwingen, het project door.
  9. De verdachte, die niet was verschenen, werd ___ verstek veroordeeld.
  10. In een rechtsstaat is iedereen gelijk ___ de wet.
  11. De getuige werd ___ ede gehoord.
  12. Alle fracties, ___ uitzondering van de PVV, stemden voor.