C2 · Prepositions
Nouns with fixed prepositions
Abstract nouns and the preposition they take.
- Er bestaat geen twijfel ___ zijn goede bedoelingen.
- De vraag ___ betaalbare woningen blijft groot.
- Hij heeft een diepe afkeer ___ hypocrisie.
- Zijn invloed ___ het beleid wordt schromelijk overschat.
- Ze heeft geen enkel benul ___ wat er speelt.
- Er is grote behoefte ___ duidelijkheid.
- Uit eerbied ___ de overledene werd de wedstrijd afgelast.
- Het verbod ___ roken in cafés geldt sinds 2008.
- Hij diende zijn ontslag in uit protest ___ de bezuinigingen.
- Er bestaat een nauw verband ___ armoede en gezondheid.
- Het onderzoek ___ de oorzaak van de brand loopt nog.
- Mijn vader heeft altijd al een zwak ___ oude auto's gehad.