C2 · Prepositions
Verbs with fixed prepositions
Formal and less common verb + preposition combinations.
- De wethouder heeft zich schuldig gemaakt ___ belangenverstrengeling.
- De koningin deed in 2013 afstand ___ de troon.
- De minister ging niet ___ de vraag van het Kamerlid in.
- Uw aanvraag voldoet niet ___ de gestelde eisen.
- Zo’n opmerking getuigt ___ weinig respect.
- Ik kan me niet vinden ___ dit voorstel.
- Het land gaat gebukt ___ een torenhoge staatsschuld.
- Twee leden onthielden zich ___ stemming.
- Haar inzet strekt haar ___ eer.
- Na drie weken dieet is hij toch ___ de verleiding bezweken.
- Het plan stuitte ___ hevig verzet in de gemeenteraad.
- Als huurder kunt u geen aanspraak maken ___ een vergoeding.