Wie diplomatieke verklaringen leest zoals hij een recept leest, komt bedrogen uit. Neem het gezamenlijke communiqué dat gisteravond na het overleg tussen de Nederlandse premier en zijn ambtgenoot verscheen. Op het eerste gezicht is het een document vol goede wil: beide landen ‘onderstrepen het belang van nauwe samenwerking’ en ‘zien uit naar een voortzetting van de constructieve dialoog’. Wie het genre kent, leest iets anders.
Om te beginnen het woord ‘openhartig’. Het gesprek zou ‘openhartig en constructief’ zijn verlopen. In diplomatieke taal is ‘openhartig’ zelden een compliment; het is de gebruikelijke code voor een gesprek waarin flink van mening is verschild. ‘Constructief’ betekent in dat verband vooral dat niemand is weggelopen. Een gesprek dat werkelijk goed verliep, wordt doorgaans ‘hartelijk’ of ‘vruchtbaar’ genoemd. Die woorden ontbreken, en dat is geen slordigheid: aan zo’n tekst wordt soms dagenlang geschaafd, tot op de laatste komma.
Veelzeggender nog is wat er niet staat. Over de omstreden gasleiding, waarover in de aanloop naar het bezoek zoveel te doen was, rept het communiqué met geen woord. Er wordt slechts gesproken van ‘lopende kwesties op energiegebied’, waarover ‘op ambtelijk niveau het gesprek wordt voortgezet’. Wie de politiek een beetje kent, weet dat een kwestie die naar het ambtelijk niveau wordt verwezen, op het hoogste niveau voorlopig onoplosbaar is gebleken.
Dan de persconferentie die er niet kwam. Oorspronkelijk stond er een gezamenlijk optreden voor de pers gepland; dat werd ‘wegens tijdgebrek’ geschrapt. Nu is tijdgebrek een reële factor in het leven van regeringsleiders, maar het valt op dat er na afloop nog wel tijd was voor een uitgebreid diner. Een woordvoerder verzekerde desgevraagd dat er ‘niets achter moet worden gezocht’. Dat is, in mijn ervaring, het moment om er juist wél iets achter te zoeken.
Betekent dit dat de verhoudingen tussen beide landen ernstig zijn verstoord? Dat zou te ver gaan. Diplomatie is nu juist de kunst om onenigheid zo te verpakken dat beide partijen hun gezicht kunnen redden. In dat opzicht is het communiqué een klein meesterwerk: het zegt niets wat iemand thuis in verlegenheid zou kunnen brengen, en alles wat ingewijden moeten weten. Het is alleen niet bedoeld voor wie het letterlijk neemt.