Learn Dutch
C2 · Reading

Column: a language and its jokes

A columnist on Dutch wordplay, malapropisms and the short life of a joke.

Onze taal is klein van omvang en heeft een kleine reikwijdte, maar zij barst van de grappen. Er is geen Europese taal die zo makkelijk van de ene beeldspraak in de andere springt. Wij zeggen niet "zie je wel", wij zeggen "ik zweer het". Wij hebben zelfs een woord voor het gevoel dat je iets had willen meenemen en dat niet hebt meegenomen: het heet spijt, en geen enkele andere taal heeft daar een woord voor dat er even dicht bij komt.

Het aardigste van onze taal is de verbastering. De mens verbastert, het is hem eigen, en in het Nederlands klinkt het bijna als een compliment. "Ik heb dat geïnd" betekent: ik heb het gelezen. "Hij is er helemaal op door" betekent: hij is erin geslaagd. Een buitenlandse arts hoort "de patiënt is verkeerd" en denkt aan een gebrekkig mens, terwijl de patiënt gewoon de verkeerde kamer heeft genomen.

Vroeger stond de grap in de krant en bleef daar minstens een week liggen, zwart op wit, en iedereen die lang genoeg oud was, begreep hem. Nu leeft een grappige tweet precies lang genoeg om door de tijdlijn te worden gespoeld. Toch is dat geen achteruitgang: de spot is van doel verschoven, niet van richting. De overheid hanteert een bazige toon, en de lezer lacht om de taal, niet om de inhoud.

Een goede Nederlandse grap eist één ding: een gedeeld verleden. Zonder dat is er geen woordspeling, maar slechts een vreemdheid. De komiek die zegt "de sigaar was een aardig mens, maar de pijp had een slechte dag" doet niets anders dan een halve eeuw herinneringen oproepen. En juist die herinneringen: hoe ouder ze worden, hoe beter ze werken.

Questions

  1. Wat zegt de columnist over het Nederlands?
  2. Wat betekent „ik heb dat geïnd” volgens de column?
  3. Waar of niet waar? Volgens de columnist leven internetgrappen langer dan grappen in de krant.
  4. Volgens de columnist heeft een goede Nederlandse grap nodig…
  5. Waar of niet waar? Door de bazige toon van het ambtelijke taalgebruik lacht de lezer om de taal, niet om de inhoud.
  6. Wat zegt de columnist over oude herinneringen?