Learn Dutch
C2 · Reading

New words

A language column on neologisms and the words Dutch still lacks.

Elk jaar in december verschijnt de lijst, en elk jaar volgt hetzelfde ritueel. De kandidaten voor het Woord van het Jaar worden bekendgemaakt, de kranten drukken ze af, en binnen een uur heeft iemand op sociale media geschreven dat dit ‘het einde van de Nederlandse taal’ betekent. Dat einde wordt al eeuwen aangekondigd; de taal heeft het telkens weten te overleven.

Nieuwe woorden zijn geen teken van verval, maar van leven. Een taal die geen nieuwe woorden meer maakt, wordt niet meer gesproken. Het Latijn is in die zin volmaakt stabiel. Het Nederlands daarentegen is een onrustige taal, die gretig leent en nog gretiger samenstelt. Waar het Engels een omschrijving nodig heeft, plakt het Nederlands eenvoudig woorden aan elkaar: ‘voorpret’, ‘hoogtevrees’, ‘regenpak’. Dat zulke samenstellingen soms lelijk zijn, is waar. Maar ‘stikstofcrisis’ is niet lelijk omdat het een nieuw woord is; het is lelijk omdat het een lelijke werkelijkheid benoemt.

Opmerkelijk is hoe weinig nieuwe woorden het uiteindelijk redden. Van de woorden die de afgelopen jaren tot Woord van het Jaar werden gekozen, is een flink deel alweer in de vergetelheid geraakt. Taal werkt in dat opzicht als een strenge selectiecommissie zonder voorzitter: niemand beslist, en toch wordt er voortdurend geschift. Een woord blijft niet omdat een commissie het goedkeurt, maar omdat sprekers het nodig blijken te hebben.

Interessanter dan de klacht dat er te veel nieuwe woorden zijn, is daarom de vraag welke woorden er ontbreken. Er bestaat in het Nederlands geen gangbaar woord voor de toestand waarin je tegelijkertijd te moe en te onrustig bent om te slapen. Er is geen woord voor de opluchting wanneer een afspraak waar je tegen opzag, wordt afgezegd – al heeft het Engels er evenmin een. Zulke lacunes zijn niet toevallig; ze laten zien wat een taalgemeenschap de moeite van het benoemen waard vindt.

Wie zich dus ergert aan ‘doomscrollen’ of ‘klimaatspijbelaar’, zou zich kunnen afvragen waarom die woorden nodig waren. Het antwoord is zelden: omdat jongeren de taal willen verpesten. Het is meestal: omdat er iets nieuws gebeurde. De taal volgt de werkelijkheid; ze loopt er zelden op vooruit. Wie de woorden niet bevallen, doet er goed aan eens kritisch naar die werkelijkheid te kijken.

Questions

  1. Waar of niet waar? Volgens de auteur wijst de stroom nieuwe woorden op taalverval.
  2. Hoe moet je ‘Het Latijn is in die zin volmaakt stabiel’ opvatten?
  3. Wat bedoelt de auteur met ‘een strenge selectiecommissie zonder voorzitter’?
  4. Waar of niet waar? Het Engels heeft volgens de auteur wél een woord voor de opluchting over een afgezegde afspraak.
  5. Wat vindt de auteur de interessantere vraag?
  6. Wat impliceert de slotzin?