C2 · Verbs
Zou in reported speech
Reported speech with zou + infinitive in a formal register.
- De secretaris deelde mee dat de termijn waarschijnlijk zou ___. (worden)
- Hij schreef dat hij de volgende dag naar Den Haag zou ___. (vertrekken)
- Zij liet weten dat de beslissing al ___. (nemen)
- Volgens de getuige had de verdachte de deur al ___. (opendoen)
- Hij beweerde dat hij de getuigen nooit had ___. (zien)
- De oude notaris vermeldde in het testament dat de zoon alles had ___. (erfen)
- In zijn brief schreef hij dat zijn vrouw hem had ___. (vergezellen)
- De minister verkondigde dat de maatregelen ___. (invoeren)
- Hij betoogde dat hij daar al ___. (zijn)
- Het dagboek meldde dat de delegatie op dinsdag zou ___. (aankomen)
- Volgens de verklaring zou de trein om tien uur ___. (vertrekken)
- Hij stelde in zijn verweer dat de feiten ___. (verzwijgen)