Learn Dutch
C2 · Verbs

Zou in reported speech

Reported speech with zou + infinitive in a formal register.

  1. De secretaris deelde mee dat de termijn waarschijnlijk zou ___. (worden)
  2. Hij schreef dat hij de volgende dag naar Den Haag zou ___. (vertrekken)
  3. Zij liet weten dat de beslissing al ___. (nemen)
  4. Volgens de getuige had de verdachte de deur al ___. (opendoen)
  5. Hij beweerde dat hij de getuigen nooit had ___. (zien)
  6. De oude notaris vermeldde in het testament dat de zoon alles had ___. (erfen)
  7. In zijn brief schreef hij dat zijn vrouw hem had ___. (vergezellen)
  8. De minister verkondigde dat de maatregelen ___. (invoeren)
  9. Hij betoogde dat hij daar al ___. (zijn)
  10. Het dagboek meldde dat de delegatie op dinsdag zou ___. (aankomen)
  11. Volgens de verklaring zou de trein om tien uur ___. (vertrekken)
  12. Hij stelde in zijn verweer dat de feiten ___. (verzwijgen)