Learn Dutch
C2 · Verbs

Zou for an unreal past

Zou + infinitive for a regret or an unreal situation in the past.

  1. Het zou beter zijn geweest als de raad eerder had ___. (horen)
  2. Ik zou liever bij de oude werkgever zijn ___. (blijven)
  3. Als ik het geweten had, zou ik het nooit ___ hebben. (doen)
  4. Hoe graag had ik het toch ___. (zeggen)
  5. Zou het ___ geweest als wij de vergadering hadden uitgesteld? (zijn)
  6. Het spijt mij dat ik u destijds niet had ___. (informeren)
  7. Zou u het ___ als de termijn nog een week was verlengd? (op prijs stellen)
  8. Hadden wij maar eerder een arts kunnen ___. (raadplegen)
  9. Hij deed alsof hij de moeilijkheid niet had ___. (beseffen)
  10. De directeur handelde alsof hem die taak niet was ___. (toevertrouwen)
  11. Het zou geen ramp zijn geweest als wij van tevoren had ___. (waarschuwen)
  12. Ik had veel liever een oude vriend ___. (opzoeken)