Learn Dutch
C2 · Verbs

Hoe ... te in embedded questions

The word order of a question embedded in a statement.

  1. Ik weet niet hoe het met het onderzoek ___. (gaan)
  2. Niemand weet waar de sleutel van het archief ___. (zijn)
  3. U vroeg wanneer de vergadering zou ___. (plaatsvinden)
  4. De bewoners vragen hoe de nieuwe tarieven ___. (worden)
  5. Ik begrijp niet waarom de commissie de aanvraag heeft ___. (afwijzen)
  6. Ik vraag me af wat er met de oude dossiers ___. (gebeuren)
  7. Het is niet duidelijk hoe de kosten zijn ___. (worden)
  8. Ik betwijfel of de burgemeester het verzoek heeft ___. (ontvangen)
  9. Men mag zich afvragen wie de brief heeft ___. (schrijven)
  10. Ik weet niet wanneer de termijn voor bezwaar ___. (verlopen)
  11. De redactie vroeg of de minister nog een reactie wilde ___. (geven)
  12. Wij begrijpen niet hoe dit rapport zo lang kon ___. (liggen)