C2 · Verbs
Hoe ... te in embedded questions
The word order of a question embedded in a statement.
- Ik weet niet hoe het met het onderzoek ___. (gaan)
- Niemand weet waar de sleutel van het archief ___. (zijn)
- U vroeg wanneer de vergadering zou ___. (plaatsvinden)
- De bewoners vragen hoe de nieuwe tarieven ___. (worden)
- Ik begrijp niet waarom de commissie de aanvraag heeft ___. (afwijzen)
- Ik vraag me af wat er met de oude dossiers ___. (gebeuren)
- Het is niet duidelijk hoe de kosten zijn ___. (worden)
- Ik betwijfel of de burgemeester het verzoek heeft ___. (ontvangen)
- Men mag zich afvragen wie de brief heeft ___. (schrijven)
- Ik weet niet wanneer de termijn voor bezwaar ___. (verlopen)
- De redactie vroeg of de minister nog een reactie wilde ___. (geven)
- Wij begrijpen niet hoe dit rapport zo lang kon ___. (liggen)