Learn Dutch
C2 · Verbs

Er toe with a pronoun

The fixed phrase er ... toe with a pronoun in formal Dutch.

  1. Er is niets aan ___ om de beschikking nog te herzien. (toe)
  2. Er is tijd aan ___ om de bezwaren te behandelen. (toe)
  3. De winkel was al dicht; er was geen tijd aan ___ om nog boodschappen te doen. (toe)
  4. Er was geen tijd aan toe om de oude stukken grondig te ___. (inventariseren)
  5. Er is geen haast aan toe om het advies in te ___. (dienen)
  6. Het is nu geen tijd meer om de discussie opnieuw te ___. (voortzetten)
  7. Ik ben er nog niet aan toe om de ontslagprocedure te ___. (beginnen)
  8. Wij zijn er al lang aan toe de teksten van de brochure te ___. (herzien)
  9. Zij was er niet aan toe het aanbod van de leverancier te ___. (accepteren)
  10. Het is tijd om de oude dossiers te ___. (vernietigen)
  11. Er was weinig tijd aan toe om de gasten te ___. (ontvangen)
  12. Het is nu aan u om de procedure in gang te ___. (zetten)