Learn Dutch
C2 · Verbs

Aan te merken dat

Observations in formal prose with aan te merken, te zien and te horen.

  1. Het is aan te ___ dat de bewoners pas laat zijn geïnformeerd. (merken)
  2. De bewoners zagen het aan de lege vergaderzaal ___ dat de procedure niet serieus werd genomen. (zien)
  3. Aan de houding van de fractie was het te ___ dat er twijfel bestond over de plannen. (zien)
  4. Aan zijn stem was het te ___ dat de getuige nerveus was. (horen)
  5. De voorzitter liet in de vergadering aan te ___ dat de agenda nog zou wijzigen. (merken)
  6. In het rapport vermeldt de rekenkamer er niets over, maar in de toespraak was het duidelijk aan te ___ dat de plannen niet rond waren. (merken)
  7. Men kan aan de lege zaal al ___ dat de bewoners de plannen niet hebben omhuld. (zien)
  8. De rekenkamer heeft in het rapport aan te ___ gedaan dat de berekeningen op een verouderd model berustten. (merken)
  9. Het is aan te ___ dat de bewoners van de wijk al jaren op een duidelijke reactie wachten. (merken)
  10. Aan de kleur van het water is het te ___ dat de kwaliteit achteruitgaat. (zien)
  11. Het viel de bewoners ___ dat de aanbesteding voor de derde keer was uitgesteld. (opvallen)
  12. Aan de manier waarop de minister de vragen beantwoordde, was het aan te ___ dat hij de kritiek niet serieus nam. (merken)