C2 · Verbs
The infinitive as a subject
The nominal infinitive as the subject of a formal statement.
- Het is noodzakelijk de cijfers ___. (controleren)
- Een oordeel te ___ over de minister is een zwaar middel. (vellen)
- Om te ___ moet men de feiten kennen. (oordelen)
- Het vermogen om te ___ is geen vanzelfsprekende gave. (onderhandelen)
- De plicht om de bewoners te ___ rust zwaar op de woonlastcommissie. (informeren)
- Aarzelen om te ___ is in dit stadium geen verstandig beleid. (beslissen)
- Het is de moeite waard de oude stukken zorgvuldig te ___. (inventariseren)
- Hoe langer men wacht, hoe moeilijker het wordt de schade te ___. (beperken)
- Achteraf bezien was het onverstandig geweest de aanvraag zo laat in te ___. (dienen)
- Het voordeel van digitaal aanvragen is dat men niet hoeft te ___. (reizen)
- Er is weinig zinvol om nog langer te ___ over de oude cijfers. (twijfelen)
- Niets is zo overbodig als een toelichting die alleen maar moet bevestigen wat al ___. (bekend)