Learn Dutch
C2 · Verbs

The passive with a modal in official Dutch

Modal + worden + participle in regulations, reports and deeds.

  1. Het voorstel moet vóór de stemming worden ___. (worden)
  2. De persoonsgegevens mogen niet met derden worden ___. (worden)
  3. De oude leeftijdsgrens kan door de gemeenteraad worden ___. (worden)
  4. Deze stukken moeten binnen twintig jaar worden ___. (worden)
  5. Het ontwerp zal door de commissie worden ___. (worden)
  6. De aanvraag zal zonder de vereiste stukken niet worden ___. (worden)
  7. De kosten moeten door de aanvrager worden ___. (worden)
  8. Er moet een onafhankelijk onderzoek worden ___. (worden)
  9. De tekst mag slechts na toestemming worden ___. (worden)
  10. Volgens de wet moeten de gegevens binnen drie maanden worden ___. (worden)
  11. Dit besluit kan door de betrokkenen niet worden ___. (worden)
  12. De oude regeling is bij de wet van 2019 afgeschaft en zal niet worden ___. (worden)