Learn Dutch
C2 · Verbs

Archaic hadde and wilde

The old forms hadde, wilde and wist in a formal or literary frame.

  1. Dan ___ ik mij niet met de zaak bemoeid. (hebben)
  2. Hoe graag ___ hij ook reizen, hij bleef in de stad. (willen)
  3. ___ hij vertrekken, dan had hij het mij wel eerder gezegd. (willen)
  4. ___ ik het eerder geweten, dan had ik gehandeld. (hebben)
  5. De oude brief vermeldt, dat hij de som al hadde ___. (overmaken)
  6. Zij bekende, dat zij de fout wel hadde ___. (maken)
  7. Mevrouw De Wit verklaarde, dat zij de vergissing niet hadde kunnen ___. (herstellen)
  8. Hij ___ niet, welk antwoord de bevolking van hem verwachtte. (weten)
  9. Of de getuige de waarheid sprak, ___ niemand. (weten)
  10. De oude akte vermeldt, dat de schout de klacht hadde ___. (indienen)
  11. De voorzitter verklaarde bij die gelegenheid, dat hij het niet hadde ___. (willen)
  12. De brief meldt, dat de schuldenaar de eerste termijn nog niet hadde ___. (voldoen)