C2 · Verbs
Archaic kon, kunde and vermocht
Old modal forms in deeds, chronicles and historical narrative.
- Toen de voorzitter de oude brief voorlas, ___ niemand begrijpen, waarom de zaak was blijven liggen. (kunnen)
- Hij had de sleutel verloren en ___ dus niet naar binnen. (kunnen)
- De oude akte vermeldt, dat de schuldenaar de som niet hadde ___. (kunnen)
- Volgens de oude statuten ___ de voorzitter niet eigenmachtig beslissen. (mogen)
- In die dagen ___ de voorzitter geen afwijking toestaan. (mogen)
- Een waardig slot was, dat de Koningin de vijanden der zaak hadde ___. (willen)
- Zou de generaal het aangebod hebben aangenomen, dan hadde de oorlog een ander verloop ___. (hebben)
- De bezetting hadde de brug tijdelijk ___. (verwoesten)
- Men had de hoop opgegeven, dat de hulp nog tijdig zou ___. (komen)
- De oude superintendent, die de school jarenlang hadde ___, overleed in 1889. (leiden)
- De boeken moesten worden nagezien, en de onkosten daarvan moesten door de beheerders worden ___. (dragen)
- Het was de wil des konings, dat de oude instelling in stand ___. (blijven)