Learn Dutch
C2 · Verbs

The ge- of the participle

When the participle takes a ge- and when it does not.

  1. De oude documentatie is in 2020 aan het Regionaal Archief ___. (overdragen)
  2. De belastingplichtigen moeten zich vóór 1 januari ___. (aanmelden)
  3. Het gebouw is in 2018 grondig ___. (renoveren)
  4. De klachten zijn door de commissie ___. (onderzoeken)
  5. De oude stukken zijn in de oude griffie ___. (bewaren)
  6. De oude bedrijvigheid is in 1985 ___. (beëindigen)
  7. De bewoners zijn tijdens de renovatie naar een noodwoning ___. (verhuizen)
  8. De aanvraag is inmiddels in het systeem ___. ( invoeren)
  9. De tekst is door de raad in 2014 grondig ___. (herzien)
  10. Het commentaar is lang geleden al ___. (schrijven)
  11. De nieuwe regeling is vorige week in de krant ___. (plaatsen)
  12. De aanvraag is door de afdeling in 2021 ___. (indienen)