Learn Dutch
C2 · Verbs

A stem in -t takes no extra -t

The spelling of verbs whose stem already ends in a -t.

  1. De bezoekers ___ al uren in de oude zaal. (zitten)
  2. De gasten ___ om zeven uur in de grote zaal. (eten)
  3. Toen de bel rinkelde, ___ de bezoekers nog aan tafel. (zitten)
  4. De oude brief vermeldt, dat de generaal die dag niets had ___. (eten)
  5. De oude landmeter ___ de grond bij de aankoop. (meten)
  6. De oude kronieken ___ de oorlog uitvoeriger dan de officiële stukken. (beschrijven)
  7. De oude brief ___ de indruk dat de zaken wel gunstig lagen. (geven)
  8. De gewoonte ___ in de loop der jaren in onbruik. (treden)
  9. De oude stukken ___ in het archief bewaard. (blijven)
  10. De bisschop ___ de brief in 1150 naar Rome. (zenden)
  11. De raad nam het recht om de markt te houden in 1740 in ___. (nemen)
  12. Hij ___ in zijn leven de belofte aan de familie nooit. (vergeten)