Learn Dutch
C2 · Verbs

Inseparable verbs with be- and ge-

be-verbs that stay together and their participles without ge-.

  1. De voorzitter ___ de gemeenteraad voor de werkzaamheden. (bedanken)
  2. De rekenkamer ___ de oude berekeningen zorgvuldig. (beoordelen)
  3. De minister ___ de bevolking over de maatregelen. (berichten)
  4. Die uitdrukking ___ toen iets geheel anders. (betekenen)
  5. De inspecteur ___ de installatie van de nieuwe apparatuur. (begeleiden)
  6. De oude leenman ___ de heer om renten. (bevragen)
  7. De aangeklaagde ___ tegen de hem ten laste gelegde feiten. (bezweren)
  8. De oude stichting ___ de oude grond al ruim drie eeuwen. (bezitten)
  9. De bewoners ___ hun recht op een opleiding. (behouden)
  10. De voorzitter ___ de gasten bij de ingang. (begroeten)
  11. Het museum ___ de collectie van de oude familie. (beheren)
  12. De oude graaf ___ de beloften van de vorst. (bekennen)