Learn Dutch
C2 · Verbs

Horen en zien + infinitive

Perception verbs with an infinitive, without te.

  1. Ik ___ de vogels vroeg in de oude tuin vliegen. (zien)
  2. Wij ___ de klok in de oude toren slaan. (horen)
  3. De getuige ___ de verdachte het hek openen. (zien)
  4. De bewoners ___ de kinderen in de oude speeltuin spelen. (horen)
  5. Toen ik het bordes opreed, ___ ik de gasten al aankomen. (zien)
  6. De oude abt ___ de monniken de oude bibliotheek ordenen. (horen)
  7. Het is prettig een oude vriend weer te ___. (zien)
  8. De commissie wil de bewoners ___ over de nieuwe plannen. (horen)
  9. De klacht werd ___ door de voorzitter. (horen)
  10. De bewoners worden ___ in de zaal. (zien)
  11. We ___ de oude klok in de hal van het stadhuis. (horen)
  12. Het is de moeite waard de oude stukken nog eens te ___. (lezen)