C2 · Verbs
Horen en zien + infinitive
Perception verbs with an infinitive, without te.
- Ik ___ de vogels vroeg in de oude tuin vliegen. (zien)
- Wij ___ de klok in de oude toren slaan. (horen)
- De getuige ___ de verdachte het hek openen. (zien)
- De bewoners ___ de kinderen in de oude speeltuin spelen. (horen)
- Toen ik het bordes opreed, ___ ik de gasten al aankomen. (zien)
- De oude abt ___ de monniken de oude bibliotheek ordenen. (horen)
- Het is prettig een oude vriend weer te ___. (zien)
- De commissie wil de bewoners ___ over de nieuwe plannen. (horen)
- De klacht werd ___ door de voorzitter. (horen)
- De bewoners worden ___ in de zaal. (zien)
- We ___ de oude klok in de hal van het stadhuis. (horen)
- Het is de moeite waard de oude stukken nog eens te ___. (lezen)