Learn Dutch
C2 · Verbs

Laten as a causative

Laten, laten doen and laten zien in a formal register.

  1. De voorzitter ___ de bewoners vooraf informeren. (laten)
  2. De raad ___ de procedure herzien. (laten)
  3. Ik ___ u de stukken sturen. (laten)
  4. De notariële akte laat zien dat de koop al in 1650 was ___. (sluiten)
  5. De commissie laat het aan de raad over om de tarieven ___. (vaststellen)
  6. Ik laat het even ___. (rusten)
  7. De rekenkamer liet de oude cijfers ___. (herzien)
  8. De belastingplichtige liet zijn advocaat de bezwaren ___. (indienen)
  9. De klachtencommissie laat het aan de klager over de schade te ___. (vergoeden)
  10. De oude akte laat zien dat de schuldenaar de som niet had ___. (voldoen)
  11. De rechter liet de partijen eerst hun standpunt ___. (toelichten)
  12. De directeur laat de oude stukken door een deskundige ___. (onderzoeken)