C2 · Verbs
The gnomic present in writing
The present used for a general truth in an essay.
- De aarde ___ in ongeveer 365 dagen om de zon. (omdraaien)
- Water ___ bij een druk van één atmosfeer bij honderd graden Celsius. (koken)
- Koper ___ warmte beter dan hout. (geleiden)
- Een mens kan zonder zuurstof niet ___. (leven)
- De planeten ___ in ellipbanen om de zon. (bewegen)
- Oude papieren ___ bij vochtige lucht. (veranderen)
- De geschiedenis van een taal ___ de geschiedenis van de sprekers ervan. (volgen)
- Water ___ bij bevriezing een groter volume in. (aannemen)
- Elke taal heeft woorden die moeilijk te ___ zijn. (vertalen)
- Die oude vormen van het Nederlands ___ niet meer in de dagelijkse taal. (voorkomen)
- Het is onmogelijk de toekomst met zekerheid te ___. (voorspellen)
- Oude leefgewoonten ___ niet vanzelf verdwijnen. (verdwijnen)