Learn Dutch
C2 · Verbs

The gnomic present in writing

The present used for a general truth in an essay.

  1. De aarde ___ in ongeveer 365 dagen om de zon. (omdraaien)
  2. Water ___ bij een druk van één atmosfeer bij honderd graden Celsius. (koken)
  3. Koper ___ warmte beter dan hout. (geleiden)
  4. Een mens kan zonder zuurstof niet ___. (leven)
  5. De planeten ___ in ellipbanen om de zon. (bewegen)
  6. Oude papieren ___ bij vochtige lucht. (veranderen)
  7. De geschiedenis van een taal ___ de geschiedenis van de sprekers ervan. (volgen)
  8. Water ___ bij bevriezing een groter volume in. (aannemen)
  9. Elke taal heeft woorden die moeilijk te ___ zijn. (vertalen)
  10. Die oude vormen van het Nederlands ___ niet meer in de dagelijkse taal. (voorkomen)
  11. Het is onmogelijk de toekomst met zekerheid te ___. (voorspellen)
  12. Oude leefgewoonten ___ niet vanzelf verdwijnen. (verdwijnen)