Learn Dutch
C2 · Verbs

Separable verbs with a long prefix

Prefix verbs with uit-, aan-, in-, over- and her- in a formal text.

  1. De raad zal de oude kern in 2029 grondig ___. (herinrichten)
  2. De rekenkamer heeft de oude cijfers nog eens ___. (herberekenen)
  3. De bewoners moeten de oude kast zelf ___. (afbreken)
  4. De minister zal de regeling aanvankelijk alleen ___. (toepassen)
  5. De woonlastcommissie wil de oude dossiers grondig ___. (uitzoeken)
  6. Wij moeten de ontbrekende stukken zo snel mogelijk ___. (inzamelen)
  7. De raad heeft het voorstel van de woonlastcommissie ___. (overnemen)
  8. Het college moet de bezuiniging zorgvuldig ___. (uitvoeren)
  9. De woonlastcommissie zal de bewoners zo snel mogelijk ___. (informeren)
  10. De oude akte vermeldt, dat de koopman het pand heeft ___. (overdragen)
  11. De oude omslag meldt, dat de oude graaf de brug heeft laten ___. (bouwen)
  12. De oude omslag meldt, dat de belastingplichtigen hun aanslag moesten ___. (indienen)