C2 · Verbs
Weigeren and vermijden + infinitive
Refusing and avoiding, with an infinitive instead of a clause.
- De getuige ___ een verklaring af te leggen. (weigeren)
- Het beleid moet een dergelijke gang van zaken ___. (vermijden)
- Men moet de oude bepalingen niet uit het oog ___. (vergeten)
- De voorzitter ___ de discussie te verlengen. (weigeren)
- Het is de bedoeling een herhaling van de fout te ___. (vermijden)
- De belastingplichtige ___ de bijlage te ondertekenen. (weigeren)
- De bewoners weigerden de nieuwe tarieven te ___. (betalen)
- De woonlastcommissie moet de oude dossiers niet zomaar ___. (vernietigen)
- De getuige werd gedwongen een verklaring te ___. (afleggen)
- Het college moet de bewoners niet onnodig ___. (verontrusten)
- De commissie mag de bewoners niet in onzekheid ___. (laten)
- De getuige weigerde de vragen van de raadscommissie te ___. (beantwoorden)